Advocaat in eigen zaak: formeel toegestaan, maar in de regel onverstandig

Onno Hennis Onno Hennis 26 januari 2026 3 min

In het kort

  • • Een advocaat mag in zijn eigen zaak optreden, maar loopt daarbij het risico dat rolverwarring ontstaat tussen procespartij en advocaat.
  • • De rechter mag, met het oog op de orde ter zitting en het karakter van de zaak, eisen dat een advocaat-partij een duidelijke keuze maakt tussen beide hoedanigheden.

Een bekend Amerikaans gezegde – dat wordt toegeschreven aan Abraham Lincoln – luidt “He who represents himself has a fool for a client”. Dat dit in veel gevallen juist is, volgt wel uit een uitspraak van de rechtbank Alkmaar in een wrakingsverzoek van een advocaat uit Amsterdam.

Achtergrond

Het wrakingsverzoek werd gedaan in het kader van een lopende echtscheidingszaak. Daarin was één van de twee betrokken partijen zelf advocaat. Hij wilde ter zitting in toga verschijnen (naast een andere nog door hem ingeschakelde advocaat). De rechter stelde hem echter voor een keuze: ofwel hij zou aanwezig zijn als advocaat, ofwel als procespartij. Verder had de betrokken advocaat slechts één dag voor de zitting een verweerschrift in het geding gebracht.

Zitting

Gezien deze voorgeschiedenis was de zitting [rommelig/intens]. Er ontstond onder meer discussie over de vraag in welke hoedanigheid de advocaat aanwezig was, en hoe moest worden omgegaan met de laat ingediende stukken. Verder heeft de behandelend rechter ter zitting haar voorlopige oordeel kenbaar gemaakt.

Toetsingskader wraking

Dat was voor de advocaat reden om de rechter te wraken. Wraking is alleen mogelijk wanneer er een zwaarwegende aanwijzing is van daadwerkelijke vooringenomenheid, dan wel voor een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Een rechter wordt immers uit hoofde van zijn aanstelling vermoed onpartijdig te zijn. Onwelgevallige inhoudelijke beslissingen, processuele keuzes of de manier waarop de zitting wordt geleid leveren in beginsel geen wrakingsgrond op.

Oordeel wrakingskamer

De wrakingskamer oordeelde dat de zaaksrechter, gelet op haar verantwoordelijkheid voor de orde ter zitting en het bijzondere karakter van een familiezitting, de advocaat mocht verplichten te kiezen tussen optreden als advocaat of als partij. Ook het aanhouden van de zaak wegens de late indiening van het verweerschrift vormde geen wrakingsgrond: hoewel indiening tot aan de zitting was toegestaan, was het uit oogpunt van hoor en wederhoor billijk de wederpartij gelegenheid te geven kennis te nemen van het stuk. Tot slot geldt dat het geven van een voorlopig oordeel ter zitting gebruikelijk is en slechts bij uitzondering tot wraking kan leiden, hetgeen hier niet aan de orde was.

 

Advocaat in eigen zaak

Het is niet verboden om als advocaat op te treden in je eigen zaak. Bij kantonzaken is dat een gegeven; er geldt daar geen verplichte procesvertegenwoordiging. Maar ook bij andere zaken kan de advocaat zichzelf vertegenwoordigen. In de praktijk zie je met name dat advocaten in tuchtrechtzaken en in incassozaken tegen (voormalig) cliënten vanwege de kosten en het feit dat de advocaat de zaak goed kent namens zichzelf optreden. Daar is op zich niets tegen, maar in aangelegenheden waar de emotie een rol speelt, zou een advocaat niet voor zichzelf moeten optreden.