Naar hoofdinhoud

Ondernemingskamer wijst uittreding toe zonder schuldvraag: staat de deur open voor een ‘no fault divorce’?

Onno Hennis
5 min leestijd

Blog delen

In het kort

  • De Ondernemingskamer wijst een verzoek tot uittreding toe zonder vast te stellen of alle wederzijdse verwijten terecht zijn. Wel hebben beide aandeelhouders bijgedragen aan de onwerkbare situatie.
  • Of de Ondernemingskamer daarmee de deur heeft opengezet voor een ‘no fault divorce’, blijft onbeantwoord. Beide partijen wilden immers uit elkaar en waren het eens over wie zou vertrekken.
  • De verwijten kunnen wel een rol spelen bij de aandelenprijs: waardedrukkende gedragingen van de achterblijvende aandeelhouder kunnen aanleiding geven tot een billijke verhoging.

Echtgenoten kunnen scheiden zodra hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Voor aandeelhouders ligt dat anders: wie wil uittreden, moet aantonen dat hij door gedragingen van zijn medeaandeelhouder zodanig in zijn rechten of belangen is geschaad dat voortzetting van zijn aandeelhouderschap niet meer van hem kan worden gevergd. In een recente beschikking komt de Ondernemingskamer niettemin dicht in de buurt van een ‘no fault divorce’. Zij wijst een uittredingsverzoek toe zonder alle wederzijdse verwijten te beoordelen. Advocaat ondernemingsrecht Onno Hennis licht toe hoe de Ondernemingskamer tot deze beslissing kwam.

Achtergrond

Ruim dertig jaar geleden richten een Duitse ondernemer en een Nederlandse compagnon (hierna: senior) samen een holding op, waarin ieder de helft van de aandelen houdt. Daaronder groeit een theegroep met Duitse en Nederlandse vennootschappen. Schriftelijke afspraken zijn er nauwelijks: de samenwerking draait op vertrouwen. De Duitse ondernemer bestuurt de Duitse vennootschappen, de holding van senior de Nederlandse. Kort voor het overlijden van senior in 2023 wordt zijn zoon (hierna: junior) aandeelhouder en enig bestuurder van die holding.

Aandeelhoudersgeschil

Daarmee verandert de samenwerking ingrijpend. De Duitse ondernemer is geen bestuurder van de Nederlandse vennootschappen en is voor informatie dus afhankelijk van het bestuur. Met senior was dat geen probleem, met junior wel. Vragen over onder meer de verdeling van kosten tussen de gezamenlijke onderneming en aan junior gelieerde vennootschappen worden volgens de Duitse ondernemer onvolledig beantwoord. Junior verwijt hem op zijn beurt dat hij de toegang tot de Duitse administratie beperkt. Gesprekken over ontvlechting lopen vast. In januari 2026 verzoekt de Duitse ondernemer om een enquête en om uittreding. De holding van junior verzoekt bij wijze van tegenverzoek om zijn uitstoting.

Oordeel Ondernemingskamer

De Ondernemingskamer stelt vast dat beide partijen hun verhouding als ernstig en duurzaam verstoord beschouwen en vinden dat voortzetting van hun gezamenlijke aandeelhouderschap niet langer van hen kan worden gevergd. Zij stelt niet vast of alle wederzijdse verwijten terecht zijn, maar wel dat beide kampen hebben bijgedragen aan het ontstaan en voortduren van de onwerkbare situatie.

Omdat partijen het er, gelet op hun verzoeken, kennelijk over eens zijn dat de Duitse ondernemer moet vertrekken, wijst de Ondernemingskamer zijn uittredingsverzoek toe. Een afzonderlijk oordeel over het uitstotingsverzoek is daarmee overbodig. Ook het enquêteverzoek wordt afgewezen: de vennootschap is het meest gebaat bij een snelle scheiding en de concrete bezwaren van de Duitse ondernemer kunnen volgens de Ondernemingskamer bij de waardering van zijn aandelen worden onderzocht en meegewogen.

No fault of meerschuldig?

Bij een ‘no fault divorce’, zoals die mogelijk is bij echtgenoten, hoeft geen schuld aan het ontstaan van de ontwrichting te worden vastgesteld. In deze zaak stelt de Ondernemingskamer vast dat beide partijen aan de ontwrichting hebben bijgedragen. In die zin past het eveneens in de literatuur gehanteerde begrip ‘meerschuldige scheiding’ hier beter. De Ondernemingskamer volgde die lijn al bij uitstoting, eerst in een zaak tussen twee broers en daarna in een joint venture waarin de ontwrichting niet overwegend aan één partij te wijten was.

Belang van de vennootschap

In die beide zaken gaf het belang van de vennootschap de doorslag. Anders dan bij uitstoting draait de wettelijke maatstaf bij uittreding echter om de rechten en belangen van de vertrekkende aandeelhouder. Het is daarom opvallend dat de Ondernemingskamer ook in deze zaak vanuit het belang van de vennootschap redeneert: dat belang vergt dat een van beide aandeelhouders vertrekt. Hoe de Duitse ondernemer zelf in zijn rechten of belangen is geschaad, werkt zij niet afzonderlijk uit.

Kritiek in de literatuur

De ‘no fault divorce’ is niet onomstreden. Voorstanders betogen dat uittreding bij duurzame ontwrichting onder de huidige wet mogelijk en ook wenselijk is, omdat een minderheidsaandeelhouder anders klem kan blijven zitten. Critici wijzen op de wettekst: de woorden ‘door’ en ‘zodanig’ zouden meebrengen dat de medeaandeelhouder enig verwijt moet treffen. Zonder beoordeling van de schuldvraag wordt de drempel volgens hen te laag, omdat dan ook een enkele verstoorde verhouding tot uittreding kan leiden. Daarnaast klinkt het bezwaar dat de vertrekker de problemen achterlaat bij de blijver, die de uitkoop vervolgens moet financieren.

Praktische insteek Ondernemingskamer

Deze beschikking ontloopt die bezwaren grotendeels. Ten eerste staat vast dat ook de kant van junior heeft bijgedragen aan de ontwrichting. Van uittreding zonder enige gedraging van de wederpartij is dus geen sprake. Ten tweede wordt de holding van junior geen overname opgedrongen die zij niet wil: zij verzocht zelf om overdracht van de aandelen van de Duitse ondernemer. De echte toets komt pas als de achterblijver niet wil of kan kopen.

Waardering

De schuldvraag blijft niet helemaal buiten beeld. De Ondernemingskamer bepaalt dat de waarderingsdeskundige ook de aan junior verweten gedragingen bij zijn onderzoek moet betrekken. Het gaat onder meer om de kostenverdeling met gelieerde vennootschappen, de doorverkoop van ingekochte goederen en een mogelijk te hoge bestuurdersbeloning. De deskundige moet onderzoeken of, en zo ja in welke omvang, deze gedragingen van invloed zijn op de waarde van de aandelen. Op basis van zijn bevindingen beoordeelt de Ondernemingskamer vervolgens of een billijke prijsverhoging gerechtvaardigd is. Opvallend is dat de eigen bijdrage van de Duitse ondernemer aan de ontwrichting en in hoeverre die een prijsdrukkend effect heeft gehad niet expliciet in de onderzoeksopdracht wordt betrokken.

Lessen voor de praktijk

Deze uitspraak biedt een mogelijke blauwdruk voor veel aandeelhoudersgeschillen: willen beide partijen uit elkaar en staat vast wie vertrekt, dan kan de discussie over de wederzijdse verwijten grotendeels verschuiven naar de aandelenprijs, een eventuele billijke verhoging en eventuele nevenvorderingen. In zo’n geval kunnen partijen echter ook kiezen voor een vrijwillige uittreding via de Ondernemingskamer of – zo nodig met behulp van mediation of bindend advies – zelf hun ‘scheiding’ regelen, zoals ook veel echtgenoten dat doen. Uit de uitspraak komt naar voren dat dat in deze zaak weliswaar (meermaals) geprobeerd is, maar niet gelukt.

Onno Hennis

Onno Hennis

Advocaat bij AMS Advocaten

Onno Hennis is advocaat en leidt de sectie ondernemingsrecht bij AMS Advocaten. Hij heeft meer dan 15 jaar ervaring en is als expert verbonden aan BusinessInsider.nl. Daarnaast deelt hij regelmatig zijn visie in landelijke media, waaronder bij Op1 en BNR Nieuwsradio.

Bekijk het profiel van Onno