Ingrijpen in het bestuur van een stichting. Moet het bestuur eerst worden gehoord?
In het kort
- Verzoek tot ontslag van bestuurders van een stichting;
- Verzoek om voorlopige voorzieningen voor de duur van het onderzoek;
- Kan zo’n verzoek worden behandeld zonder de bestuurders te horen?
Kunnen belanghebbenden die verzoeken om het bestuur van een stichting te ontslaan de rechtbank ook vragen om – voor de duur van de procedure – een onafhankelijk bestuurder te benoemen? Ook wanneer het zittende bestuur daarover niet wordt gehoord? In deze zaak probeerden verzoekers dat. Advocaat ondernemingsrecht Clemens Oomes bespreekt de uitspraak.
Verzoek tot ontslag van een bestuurder van een stichting
Een bestuurder van een stichting kan op verzoek van iedere belanghebbende door de rechtbank worden ontslagen. Daarvoor moet de verzoeker gewichtige redenen aanvoeren. Of iemand tot de kring van belanghebbenden behoort die zo’n verzoek kan doen, moet worden beoordeeld aan de hand van de kringenleer van de Hoge Raad.
De mini-enquête
De rechter kan tijdens het onderzoek naar de gegrondheid van het verzoek tot ontslag van de bestuurder(s) voorlopige voorzieningen treffen in het bestuur. Die voorzieningen bestaan in de praktijk vaak uit het benoemen van een tijdelijke bestuurder. De rechtbank kan deze tijdelijke bestuurder ook de opdracht geven om ten behoeve van het ontslagverzoek onderzoek te doen en daarover schriftelijk te rapporteren aan de rechtbank.
De mogelijkheid voor de rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen voor de duur van het geding, gecombineerd met een tijdelijke bestuurder die onderzoek doet naar de gang van zaken binnen (het bestuur van) de stichting, maakt dat de procedure lijkt op de enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer. Deze route voor de stichting wordt daarom ook wel de mini-enquête genoemd.
Het verzoek om een voorlopige voorziening (ex parte)
Ook in deze zaak wordt verzocht om ontslag met voorlopige voorzieningen. Verzoekers hebben certificaten van aandelen geërfd die zijn uitgegeven door een door de overledene opgerichte stichting. Volgens verzoekers schieten de huidige bestuurders van de stichting ernstig tekort in hun rol. Verzoekers vrezen dat gelden aan de stichting worden onttrokken en dat de positie van de erfgenamen steeds verder wordt uitgehold.
Zij verzoeken de rechtbank hoofdzakelijk om de bestuurders van de stichting te ontslaan, met gelijktijdige benoeming van henzelf als bestuurders. Als voorlopige voorziening vragen zij het huidige bestuur te schorsen, met gelijktijdige benoeming van henzelf als bestuurders, dan wel een door de rechtbank aan te wijzen onafhankelijke bestuurder.
De verzoekers vragen daarnaast om hun verzoek om voorlopige voorzieningen ex parte te behandelen. Dat betekent dat de rechtbank over dat deel van het verzoek beslist zonder de bestuurders van de stichting daarover te horen. Die kunnen zich op dat moment dus niet verweren tegen dat deel van het verzoek.
Strijd met hoor en wederhoor of het recht op een eerlijk proces?
De rechtbank kan een voorlopige voorziening treffen die ingrijpt in het bestuur zonder de bestuurder(s) eerst te horen. Verzoekers moeten dan wel aantonen dat de ernst van de zaak of de spoedeisendheid dat rechtvaardigt. In dat geval is er geen strijd met de beginselen van hoor en wederhoor of met het recht op een eerlijk proces, zo heeft de Hoge Raad geoordeeld.
Beslissing van de rechtbank
De rechtbank beslist op het verzoek ex parte en geeft een voorlopige voorziening, die bestaat uit de benoeming van een onafhankelijk bestuurder met beslissende zeggenschap. (Interne en externe) Bestuurshandelingen kunnen niet meer plaatsvinden zonder voorafgaande schriftelijke goedkeuring van deze tijdelijke bestuurder.
Conclusie
De verzoekers krijgen met deze beslissing wat zij willen. Voor de duur van het geding is een onafhankelijke bestuurder benoemd en het bestuur kan zonder deze bestuurder geen handelingen meer verrichten totdat definitief op het ontslagverzoek is beslist.
Partijen – dus verzoekers én de bestuurders – moeten daarna voor de rechtbank verschijnen. Ook de bestuurders kunnen zich nu, mede door het indienen van een verweerschrift, verweren tegen het ontslagverzoek. De rechtbank heeft partijen gehoord en heeft de tijdelijke bestuurder een opdracht gegeven om onderzoek te doen naar (onder meer) het handelen van het bestuur, blijkt uit deze tussenbeschikking.
Het is nu aan de tijdelijke bestuurder om verslag te doen van dat onderzoek, voordat de rechtbank het verzoek tot ontslag van de bestuurders zal toewijzen of afwijzen.
Het team ondernemingsrecht staat zowel (het bestuur van) stichtingen als belanghebbenden bij die stichtingen. Meer weten over het ontslag van bestuurders van een stichting of de mini-enquête? Neem contact met ons op.
Clemens Oomes
Advocaat bij AMS Advocaten
Clemens Oomes is advocaat bij AMS Advocaten, waar hij zich richt op het ondernemingsrecht. Hij studeerde aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij de master Commerciële Rechtspraktijk afrondde.
Bekijk het profiel van Clemens