Hoge Raad: geen oprekking agenderingsrecht aandeelhouder

Marco Guit Marco Guit 23 mei 2018 3 min

Enkele jaren geleden is op deze website de uitspraak in kort geding tussen Boskalis en Fugro al besproken. Het kort geding ging over de vraag of Boskalis, groot-aandeelhouder van Fugro N.V., bij de rechter de agendering van een onderwerp kon afdwingen. Boskalis wenste dit onderwerp in stemming brengen bij de volgende aandeelhoudersvergadering. De Voorzieningenrechter wees deze vordering af. Nu in 2018, heeft na het hof ook de Hoge Raad een oordeel gegeven over deze zaak. Advocaat ondernemingsrecht Marco Guit licht het arrest toe.

Beschermingsconstructie Fugro

Waar ging deze zaak ook alweer over?  Boskalis had aanvankelijk bij Fugro het verzoek ingediend om één van de beschermingsconctructies als agendapunt ter stemming op te nemen. Boskalis was tegen deze beschermingsconstructie. Fugro weigerde dit punt ter stemming op te nemen. Wel was zij bereid het onderwerp ter bespreking te agenderen. 

Kort geding en hoger beroep

Na een verloren kort geding, ging de advocaat van Boskalis in hoger beroep. Het hof overwoog dat de aandeelhouder of certificaathouder op grond van het wettelijke agenderingsrecht (art. 2:114a BW) het recht heeft om de vennootschap te verzoeken om onderwerpen op de agenda te plaatsen die alleen de bespreking van de algemene vergadering van aandeelhouders behoeven en onderwerpen waarvoor ook de besluitvorming door de algemene vergadering nodig is. 

Agendering onderwerp ter stemming

Het bestuur is onder omstandigheden verplicht deze verzoeken toe te wijzen. Zo moet een onderwerp dat alleen de bespreking van de AVA behoeft, op de agenda worden gezet als het verzoek met redenen is omkleed. Bij een verzoek om een onderwerp in stemming te brengen, geldt een zwaardere voorwaarde. Hierbij is vereist dat het voorstel een onderwerp betreft waarover de algemene vergadering zelf bevoegd is te beslissen. En daar zat de crux in deze zaak. Boskalis had namelijk verzocht een voorstel voor een besluit te agenderen dat niet een aangelegenheid van de AvA is, maar van het bestuur. 

Verschil informele of formele stemming?

Boskalis trachtte in cassatie nog haar verzoek te nuanceren. Het zou geen formele stemming zijn maar een peiling van de standpunten van de ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde aandeelhouders. Een “informele stemming, met het karakter van een motie”. Dit zou volgens de advocaat van Boskalis toelaatbaar zijn. De Hoge Raad verwierp dit standpunt.

Bestuur bepaalt beleid en strategie vennootschap

De Hoge Raad stelt voorop dat het bepalen van het beleid en de strategie van een vennootschap in beginsel een aangelegenheid is van het bestuur van de vennootschap. De raad van commissarissen houdt daarop toezicht. De AVA kan hierover haar mening geven door uitoefening van de haar in de wet en de statuten toegekende rechten. Dit laatste betekent in het algemeen dat het bestuur van een vennootschap aan de AVA verantwoording heeft af te leggen van zijn beleid. Maar het bestuur is, behoudens afwijkende wettelijke of statutaire regelingen, niet verplicht de AVA vooraf in zijn besluitvorming te betrekken als het gaat om handelingen waartoe het bestuur bevoegd is. Ook is het bestuur niet verplicht de AVA in zo’n geval te consulteren.

Advocaat ondernemingsrecht

Het onderwerp dat Boskalis op de agenda wil zetten, is een aangelegenheid van het bestuur. De Hoge Raad bevestigt dan ook de oordelen van de voorzieningenrechter en het hof dat Boskalis agendering van het voorstel niet kan afdwingen met een beroep op het agenderingsrecht.