Schending administratieplicht en aansprakelijkheid bestuurder: AMS legt uit!
Een curator kan een bestuurder van een failliete onderneming aansprakelijk stellen voor de resterende schulden van de boedel als er sprake is van onbehoorlijk bestuur. Het is dan in beginsel aan de curator om te bewijzen dat de bestuurder hiervan een persoonlijk ernstig verwijt treft. Deze bewijslast wordt echter omgekeerd in een aantal bijzondere situaties. Aan de hand van een recente zaak licht advocaat insolventierecht Hidde Reitsma deze situaties toe.
Onbehoorlijke taakvervulling bestuur
In artikel 2:248 BW is bepaald wanneer een bestuurder in geval van faillissement jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk is voor de schulden. Er moet sprake zijn van onbehoorlijke taakvervulling van het bestuur en het moet aannemelijk zijn dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Of het bestuur haar taak onbehoorlijk heeft vervuld, hangt af van de omstandigheden. Wat in het ene geval onbehoorlijk wordt bevonden, kan in het andere geval nog net door de beugel.
Schending administratieplicht en publicatieplicht
Artikel 2:248 BW schrijft echter twee situaties voor wanneer er -volgens de wet- op voorhand wordt vermoed dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak van het faillissement is: als het bestuur niet heeft voldaan aan haar administratieplicht (of “boekhoudplicht”) ex artikel 2:10 BW of aan haar publicatieplicht ex artikel 2:394 BW.
Bewijsomkering bij schending administratieplicht
Schending van de administratieplicht wordt per definitie als onbehoorlijke taakvervulling aangemerkt. Het is in deze situatie echter aan de bestuurder om aan te tonen dat het faillissement door andere factoren dan onbehoorlijke taakvervulling is veroorzaakt. Bij schending van de administratieplicht komt de bewijslast aldus op de bestuurder in plaats van de curator te liggen. Hetzelfde geldt bij schending van de publicatieplicht. Enkel als de schending van de administratie- en/of publicatieplicht als onbelangrijk verzuim wordt aangemerkt, geldt deze bewijsomkering niet.
Bestuurder hoofdelijk aansprakelijk?
In een recente zaak voerde de curator aan dat de bestuurder van de failliete onderneming niet had voldaan aan zijn administratieplicht. Het hof stelt aan de hand van de feiten vast dat de bestuurder inderdaad geen goede administratie heeft gevoerd. Deze schending van de administratieplicht houdt in dat de bestuurder zijn taak bestuurder onbehoorlijk heeft vervuld. En vermoed wordt aldus dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement.
Bestuurdersaansprakelijkheid vastgesteld
De bestuurder voert aan dat er andere oorzaken zijn van het faillissement. Maar het hof is niet overtuigd. Alle argumenten van de bestuurder komen er volgens het hof in de kern op neer dat de bestuurder zijn taak als bestuurder niet behoorlijk heeft vervuld. Het is de bestuurder niet gelukt het bewijsvermoeden te ontzenuwen. Het hof veroordeelt de bestuurder tot betaling van de schulden van de failliete boedel.
AMS Advocaten bij bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement
De faillissementsrecht advocaten van advocatenkantoor AMS hebben – als advocaat van bestuurders, maar ook in de rol van curator – een ruime ervaring op het gebied van bestuurdersaansprakelijkheid. Ook is hun praktijkervaring als curator buitengewoon waardevol in het kunnen inschatten van de procesrisico’s. Ook kunnen onze advocaten u bijstaan in een procedure tegen de curator.