Naar hoofdinhoud

Hoge Raad: pandhouder kan niet zelf bevoegdheid tot kwijtschelding aan pandrecht toevoegen

Daan van Poorten
5 min leestijd

Blog delen

In het kort

  • De inningsbevoegdheid van de pandhouder omvat niet de zelfstandige bevoegdheid om de verpande vordering geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden, ook niet in het kader van een schikking.
  • Partijen kunnen die bevoegdheid niet met goederenrechtelijke werking in de pandakte of algemene voorwaarden aan de pandhouder toekennen. Het gesloten systeem van het goederenrecht staat daaraan in de weg.
  • De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van ING. Daarmee blijft het oordeel in stand dat ING onrechtmatig handelde tegenover de curator en € 2.000 moet betalen wegens een gemiste boedelbijdrage.

In een arrest van 2 oktober 2026 heeft de Hoge Raad geoordeeld over de vraag of een bank als pandhouder een verpande vordering gedeeltelijk mag kwijtschelden in een schikking met de debiteur. Dat is relevant voor financiers, curatoren en ondernemers die vorderingen verpanden of daarop een pandrecht hebben. Advocaat faillissementsrecht Daan van Poorten licht het arrest nader toe.

Wat speelde er?

ING financierde een vastgoedvennootschap en had onder meer een stil pandrecht op de huurvorderingen op een huurder. In juni 2015 deelde ING het pandrecht mee aan de huurder. Vanaf dat moment was ING inningsbevoegd (art. 3:246 lid 1 BW). De huurder wilde de huur over juli 2017 tot en met februari 2018 van in totaal € 28.156,72 niet betalen wegens gebreken aan het bedrijfspand. De vastgoedvennootschap ging op 14 maart 2018 failliet. Op 1 november 2018 sloot ING met de huurder een vaststellingsovereenkomst. Daarin werd afgesproken dat de huurder € 10.000 zou betalen ter voldoening van de openstaande huurtermijnen. De overeenkomst bevatte een ontbindende voorwaarde voor het geval de curator het niet eens zou zijn met de regeling. De curator deed daarop geen beroep.

De curator stelde dat ING onrechtmatig had gehandeld door zonder zijn medewerking of instemming te schikken. Hij vorderde een verklaring voor recht en € 2.000 wegens een gemiste boedelbijdrage. De rechtbank wees deze vorderingen af, het hof wees de vorderingen toe.

Omvat de inningsbevoegdheid ook de bevoegdheid tot kwijtschelding?

ING meende dat de inningsbevoegdheid ook de bevoegdheid tot kwijtschelding omvat. Volgens ING kan degene die bevoegd is om te innen, ook een schikking treffen die tot inning strekt en daarbij een deel van de vordering kwijtschelden. De Hoge Raad volgt dat niet. Na mededeling van het pandrecht mag de pandhouder in en buiten rechte nakoming eisen en betalingen ontvangen. Ook mag de pandhouder een nog niet opeisbare vordering door opzegging opeisbaar maken, als die mogelijkheid bestaat. Andere schuldeisersbevoegdheden blijven bij de pandgever, zoals kwijtschelding en het treffen van een afbetalingsregeling.

Dat is een bewuste keuze van de wetgever. Die bevoegdheden raken de rechten en belangen van de pandgever vergaand, terwijl de pandhouder alleen belang heeft bij de verpande vordering voor zover die zijn eigen vordering waarborgt. De inningsbevoegdheid omvat daarom niet de bevoegdheid om de verpande vordering geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden. Dat geldt ook als de kwijtschelding onderdeel is van een schikking die op inning is gericht. Dit bevestigt de lijn uit de arresten Neo River uit 2014 en Megalim/De Veenbloem uit 2016.

Kan de pandhouder die bevoegdheid bedingen?

ING stelde daarnaast dat artikel 18 lid 3 van haar algemene voorwaarden de schikkingsbevoegdheid onderdeel maakte van haar pandrecht. Het hof zag daarin een contractuele regeling. Voor zover toch een goederenrechtelijke uitbreiding van het pandrecht was bedoeld, was die volgens het hof in strijd met het gesloten systeem van het goederenrecht.

De Hoge Raad bevestigt dat zo’n goederenrechtelijke uitbreiding niet mogelijk is. Aan het pandrecht kan geen andere inhoud worden gegeven dan de wet voorschrijft, tenzij de wet daarvoor ruimte laat. Artikel 3:246 BW biedt geen ruimte om van de daarin opgenomen bevoegdheidsverdeling af te wijken. Partijen kunnen de pandhouder dus niet met goederenrechtelijke werking de bevoegdheid geven om de verpande vordering geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden.

Daarmee geeft de Hoge Raad een uitdrukkelijk en gemotiveerd antwoord op een vraag waarover in de literatuur nog discussie bestond. In MFE/Stibbe (2024) speelde een verwante vraag over een in de pandakte bedongen exclusieve bevoegdheid om over de vordering te procederen. De daarop betrekking hebbende klacht werd met toepassing van art. 81 RO verworpen. Volgens de advocaat-generaal volgde daaruit al dat artikel 3:246 BW van dwingend recht is.

Biedt een contractuele afspraak wel uitkomst?

Een afzonderlijke contractuele bevoegdheid moet worden onderscheiden van een bevoegdheid die onderdeel is van het pandrecht. Zoals de advocaat-generaal toelicht, kan een pandhouder bijvoorbeeld op grond van een volmacht bevoegd zijn om te schikken. Daarmee wordt die bevoegdheid echter nog geen onderdeel van het pandrecht en is zij niet bestand tegen het faillissement van de pandgever. Ook de contractuele regeling van ING bood in deze zaak geen uitkomst. Het hof oordeelde dat de in de algemene voorwaarden toegekende schikkingsbevoegdheid door het faillissement van de pandgever was geëindigd.

De Hoge Raad verwerpt ook de tegen dat oordeel gerichte klachten, met toepassing van art. 81 lid 1 RO. Het oordeel van het hof blijft daarmee in stand, zonder dat de Hoge Raad dit onderdeel afzonderlijk motiveert.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Voor financiers is de boodschap dat een bepaling in de pandakte of algemene voorwaarden de bevoegdheid tot kwijtschelding niet tot onderdeel van het pandrecht kan maken. Die bevoegdheid kan volgens de Hoge Raad niet met goederenrechtelijke werking worden overeengekomen. De afzonderlijk overeengekomen contractuele bevoegdheid eindigt door het faillissement van de pandgever, zodat ING zich daarop tegenover de curator niet kon beroepen. Wilt u een schikking treffen waarbij een verpande vordering geheel of gedeeltelijk wordt kwijtgescholden, betrek dan de pandgever of de curator. Leg de medewerking of instemming vast.

Voor curatoren bevestigt het arrest dat de inningsbevoegdheid van de pandhouder geen bevoegdheid tot kwijtschelding omvat. Treft een pandhouder zonder medewerking of instemming van de curator toch zo’n schikking, dan kan dat onrechtmatig zijn tegenover de curator in zijn hoedanigheid. In deze zaak bleef de veroordeling tot betaling van € 2.000 wegens een gemiste boedelbijdrage in stand.

Het arrest bevat geen afzonderlijk oordeel over de rechtsgevolgen van de schikking in de verhouding tot de huurder. Ook voor de debiteur is het daarom verstandig de pandgever of curator bij de regeling te betrekken.

Daan van Poorten

Daan van Poorten

Advocaat bij AMS Advocaten

Daan van Poorten is advocaat bij AMS Advocaten, gespecialiseerd in ondernemingsrecht, insolventierecht en arbeidsrecht. Hij voltooide de INSOLAD/Grotius-specialisatieopleiding Insolventierecht en werkte eerder als Senior Legal Counsel bij een IT-bedrijf. Daan staat bekend om zijn pragmatische en hands-on benadering van juridische vraagstukken.

Bekijk het profiel van Daan