Beroep op verjaring geldlening: is een aanmaning een stuiting?

Thomas van Vugt Thomas van Vugt 12 november 2014 3 min

In een recente incassoprocedure voerde de schuldenaar aan dat de betreffende vordering was verjaard. De rechtbank oordeelde in eerste aanleg dat dit inderdaad het geval was. Maar het hof dacht er in hoger beroep anders over. Wanneer vindt er stuiting plaats en wat zijn de vereisten hieraan? Incasso-advocaat Thomas van Vugt legt uit aan de hand van de uitspraak.

 

 

Opzegging overeenkomst van geldlening

Eiser heeft geld geleend aan gedaagde. Een flink bedrag, ruim 90.000. Gedaagde betaalt aanvankelijk netjes terug maar stopt dan met betalen. Eiser zegt de lening per brief d.d. 1 december 2006 op en verzoekt gedaagde het restant van 50.000 euro te betalen. Gedaagde voldoet niet aan dit verzoek. Ook de brieven die hierop volgen mogen niet baten. Eiser stuurt gedaagde vervolgens vanaf 31 augustus 2009 tot en met 1 juli 2011 maandelijks aanmaningen waarin hij om betaling van de schuld, vermeerderd met (almaar oplopende) rente, vraagt.

Beroep op verjaring in incassoprocedure

Uiteindelijk start eiser een incassoprocedure. Gedaagde doet in deze procedure een beroep op verjaring. De vordering tot betaling vloeit voort uit de opzegging van de lening. De vordering dateert dus van 1 december 2006. Eiser heeft pas in 2014 een procedure ingesteld. De verjaringstermijn is echter 5 jaar. Gedaagde stelt dat de brieven en aanmaningen van eiser de verjaring niet hebben gestuit omdat eiser hierin zijn recht op nakoming niet ondubbelzinnig heeft voorbehouden, aldus gedaagde. De rechtbank deelt deze mening en wijst de vordering van eiser af op grond van verjaring.

Hof: door aanmaning verjaring gestuit

Eiser stelt hoger beroep in. Het hof stelt voorop dat volgens de wet stuiting plaatsvindt door ofwel een aanmaning, ofwel een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. Voor de aanmaningen die eiser heeft verzonden geldt aldus niet de eis dat hierin het recht op nakoming ondubbelzinnig moet zijn voorbehouden. De vordering van eiser is aldus gestuit en wordt door het hof alsnog toegewezen.

Schriftelijke mededeling: ondubbelzinnig voorbehoud

Het afbreken van een lopende verjaring wordt ‘stuiting’ genoemd. Stuiting vindt plaats door een daad van rechtsvervolging (het instellen van een eis door middel van een dagvaarding), door een schriftelijke aanmaning of schriftelijke mededeling, of door erkenning door de schuldenaar. Bij een schriftelijke mededeling moet de schuldeiser zijn recht op nakoming ondubbelzinnig voorbehouden. De ratio hiervan is dat de schuldenaar voldoende moet zijn gewaarschuwd dat hij ook na het verstrijken van de verjaringstermijn er rekening mee moet houden dat de schuldeiser nog een vordering kan instellen. Zo kan de schuldenaar beschikking houden over documenten en bewijsmateriaal om zich tegen de betreffende vordering te verweren, indien gewenst.

AMS Advocaten bij incasso en rechtsvordering

In de casus die hier behandeld werd merkte het hof nog op dat ook de brieven die voorafgaand aan de aanmaningen waren verzonden al een stuiting tot gevolg hadden. Deze brieven konden volgens het hof niet anders worden uitgelegd dan dat gedaagde werd gewaarschuwd dat eiser zijn rechten op de terugbetaling niet prijsgaf. Maar dat is niet in elke zaak het geval. Verjaring komt vaker voor dan men denkt en het is dus raadzaam om vorderingen tijdig te stuiten. Wilt u advies hierover, neem dan gerust contact op met ons kantoor.