Wetsvoorstel Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie

Bijna 90% van de opgeheven rechtspersonen werd in 2018 beëindigd via turboliquidatie.

Turboliquidatie is een simpele manier om een vennootschap te ontbinden. Gewoonlijk wordt het vermogen van de ontbonden vennootschap vereffend, dat wil zeggen verdeeld over de schuldeisers. De vereffenaar legt over de vereffening rekening en verantwoording af. Als een vennootschap niet meer over baten beschikt valt er echter niets te vereffenen. Het bestuur kan dan gewoon de vennootschap ontbinden en hiervan melding maken bij handelsregister (artikel 2:19 lid 4 BW). De vennootschap houdt op dat moment op te bestaan, óók als er nog onbetaalde schulden zijn. 

Deze regeling moet een ondernemer in staat stellen op eenvoudige wijze zijn bedrijf af te bouwen en beëindigen; hij kan zijn laatste baten te gelde te maken en uitkeren aan zijn schuldeisers waarna de rechtspersoon, ondanks resterende schulden, met een simpel briefje aan het handelsregister wordt ontbonden.

De praktijk is echter weerbarstiger. Onbetaalde schuldeisers kunnen het proces doorkruisen met een faillissementsverzoek. Ook loopt de bestuurder het risico door een onbetaalde crediteur aansprakelijk te worden gesteld. De turboliquidatie is dan ook helaas een aantrekkelijke optie voor malafide ondernemers. 

Om het vertrouwen in het handelsverkeer in turboliquidaties te vergroten en tegelijk misbruik tegen te gaan is nu de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie in de maak. De nieuwe regeling moet de transparantie vergroten en de informatiepositie van schuldeisers verbeteren. Dit door invoering van een verantwoordingsplicht van het bestuur en een inzage recht voor de crediteur als het bestuur in zijn verantwoording tekort schiet. Daarnaast moet de mogelijkheid van een civiel bestuursverbod een wal opwerpen voor malafide ontbindingen zonder baten.

Verantwoordingsplicht bestuur

Een nieuw artikel 2:19b BW moet de bestuurder verplichten in geval van turboliquidatie een aantal stukken, zoals een slotbalans en een staat van baten en lasten, openbaar te maken door deponering bij het handelsregister.

Inzagerecht crediteuren

Als de bestuurder de verantwoordingsplicht niet nakomt – ook wanneer de gedeponeerde stukken duidelijk onjuist of onvolledig zijn -, krijgen schuldeisers in een nieuw artikel 2:19c BW een inzagerecht in de bewaarde administratie van de rechtspersoon. Zij hebben wel machtiging van de kantonrechter nodig om dit recht te kunnen uitoefenen. Het niet-naleven van de verantwoordingsplicht levert bovendien een economisch delict op.

Civiel bestuursverbod

Het civiel bestuursverbod, dat sinds 2016 al bestaat voor het geval van faillissementsfraude, wordt uitgebreid met een nieuw artikel 2:19c BW. Dit geeft (uitsluitend) het Openbaar Ministerie de mogelijkheid een bestuursverbod te verzoeken in geval van malafide ontbindingen. Het bestuursverbod geldt maximaal 5 jaar.

‘Tijdelijke’ wet

Het ‘Tijdelijke’ aspect houdt vooral verband met de bekostiging van de wetswijziging. Als gevolg van de COVID pandemie (of beter: -maatregelen) wordt nu toch een toename aan bedrijfsbeëindigingen verwacht. Om die reden kan de wetswijziging kennelijk worden gefinancierd uit het tijdelijk budget van een steun- en herstelpakket in het kader van de coronacrisis, en heeft het grote urgentie. Dat laatste is mooi, want wetswijzigingen kunnen oeverloos op zich laten wachten. Problemen met misbruik van turboliquidatie zijn natuurlijk structureel. Ik aarzel er niet over de wet – wanneer die wordt aangenomen – na verstrijken van de beoogde 2 jaar en bewezen diensten een structureel karakter zal krijgen.

Links