Stoelendansmethode (methode de Blecourt)

Bij een reorganisatie waarbij ontslagen vallen, geldt in beginsel dat het afspiegelingsbeginsel moet worden toegepast. Er hoeft echter niet te worden “afgespiegeld” als er in één of meerdere categorieën functies in zijn geheel vervallen. In het recente verleden hebben diverse werkgevers gebruik gemaakt van de zogenaamde “stoelendansmethode”. Hierbij laat een werkgever één of meerdere categorieën in zijn geheel vervallen. Vervolgens worden nieuwe functies gecreëerd waar de boventallig geworden werknemers op kunnen solliciteren.

De stoelendans, ook wel bekend als ‘Blécourt-methode’

De stoelendansmethode wordt ook wel de Methode De Blécourt genoemd. De vergelijking met een stoelendans houdt in dat het aantal nieuw te creëren functies door de werkgever lager ligt dan het aantal functies van vóór de reorganisatie.

Zorgvuldigheid zeer belangrijk bij stoelendansmethode

Jurisprudentie heeft uitgewezen dat werkgevers zorgvuldig te werk moeten gaan bij het hanteren van de stoelendansmethode. Hierbij zal bijvoorbeeld moeten worden nagedacht over de nieuwe functies en de daarbij behorende taken. Daarnaast zal aandacht moeten zijn voor de wijze waarop de sollicitatieprocedure wordt ingericht. Hierbij zullen objectieve criteria van belang zijn. In dat kader is het bijvoorbeeld mogelijk sollicitanten een assessment procedure te laten doorlopen al of niet gecombineerd met een psychologisch onderzoek. Daarnaast moet de procedure voor elke boventallige werknemer transparant zijn.

Misbruik van de stoelendansmethode

Bij de stoelendansmethode hoeft het afspiegelingsbeginsel dus niet te worden toegepast. Daarom is deze methode erg populair bij werkgevers. Indien de werkgever de functies inhoudelijk te weinig wijzigt en bijvoorbeeld alleen de functietitels wijzigt, zal de rechter het niet goedkeuren dat het afspiegelingsbeginsels is genegeerd. Indien de oude en de nieuwe functie te zeer op elkaar lijken qua inhoud, vereiste kennis, vaardigheden en competentie en tot slot beloning, bestaat ook het risico dat er sprake is van een zgn. uitwisselbare functie en dat aldus het afspiegelingsbeginsel alsnog zal moeten worden toegepast.