3 min lezen

Hoe zit het met een buitenlandse partij en de proceskosten?

NL

Als een procedure wordt gewonnen, kan de wederpartij De tegenpartij in een procedure of de partij met wie een contract is gesloten.
» Meer over wederpartij
wederpartij
in de proceskosten worden veroordeeld. Eerder zetten we uiteen uit welke kosten deze proceskosten bestaan, en hoe de hoogte van de proceskosten wordt vastgesteld (en hoe dit werkt in zaken over intellectuele eigendom, waar vergoeding van de werkelijke proceskosten uitgangspunt is). Maar hoe zit met een met buitenlandse procespartij? Advocaat procesrecht Hidde Reitsma had zo’n kwestie en legt aan de hand van een vonnis incident uit hoe daar mee kan worden omgegaan.

Veroordeling een ‘dode letter’

Als zo’n buitenlandse partij tot betaling van proceskosten wordt veroordeeld, is zo’n veroordeling in sommige gevallen een ‘dode letter’. De kans dat een in het buitenland gevestigde wederpartij zo’n veroordeling gewoon naast zich neerlegt is groter dan in het geval het een Nederlandse partij zou betreffen.

Hoofdregel: zekerheid stellen, anders niet-ontvankelijk

De wetgever heeft in dit risico voorzien en in artikel 224 Rv. bepaald dat een buitenlandse partij verplicht kan worden om vooraf zekerheidsrecht Zakelijke rechten die strekken tot ter zekerheid van een vordering, zoals pand en hypotheek.
» Meer over zekerheidsrecht
zekerheid
te stellen voor die proceskosten die zij zou moeten betalen, als zij de procedure zou verliezen. Dat bedrag aan te verwachten proceskosten moet dan bijvoorbeeld vooraf worden gestort op een derdengeldenrekening en daar blijven staan totdat de procedure is afgerond.

Nederlandse gedaagde

Als zo’n buitenlandse partij desgevraagd geen zekerheid stelt kan dat leiden tot zijn niet-ontvankelijkheid. De vordering tot zekerheidstelling moet als incident worden ingesteld. Het gaat dan meestal om een Nederlandse gedaagde De partij die gedagvaard wordt om te verschijnen in een rechtszaak wordt aangeduid als de gedaagde.
» Meer over gedaagde
gedaagde
die zo’n vordering tot zekerheid voor proceskosten instelt tegen een buitenlandse eiser De partij die gedagvaard wordt om te verschijnen in een rechtszaak wordt aangeduid als de gedaagde. Dit in tegenstelling tot de eiser, de partij die het initiatief tot de rechtszaak heeft genomen en daartoe door een gerechtsdeurwaarder een dagvaarding heeft laten betekenen aan de gedaagde.
» Meer over eiser
eiser
.

Diverse uitzonderingen

Dat de vlieger van verplichting tot zekerheidstelling vooraf door buitenlandse partij niet altijd opgaat blijkt uit het volgende vonnis in incident in een procedure waarin AMS Advocaten optrad voor een Amerikaan als eiser. De wederpartij, een Nederlandse bv, vorderde dat de Amerikaanse eiser werd veroordeeld tot het stellen van zekerheid voor proceskosten met bepaling van dat bedrag op € 17.000,=. De Nederlandse bv stelde dat de Amerikaan geen woonplaats in Nederland had, zodat hij op grond van artikel 224 Rv. verplicht was zekerheid te stellen voor de betaling van die mogelijke kosten. De hoofdregel van artikel 224 Rv. noopte daar inderdaad toe.

Verdrag met VS uit 1956

De Amerikaanse eiser beriep zich op artikel 224 lid 2 sub a Rv. waarin  als uitzondering op de verplichting tot zekerheidstelling uit het eerste lid van artikel  staat genoemd “indien dit voortvloeit uit een verdrag”. De Amerikaanse eiser woonde in de Verenigde Staten en zijn land sloot op 27 maart 1956 met Nederland het Verdrag van Vriendschap, Handel en Scheepvaart. Uit de verdrag en het bij dit verdrag behorende protocol volgt dat onderdanen (en ook vennootschappen) van de Verenigde Staten zullen zijn vrijgesteld van het storten van een waarborgsom De borg die een verhuurder van een huurder vraagt als garantie op een deugdelijke nakoming van de huurovereenkomst.
» Meer over waarborgsom
waarborgsom
voor de proceskosten. Kortom, op de Amerikaanse eiser was een uitzonderingspositie van toepassing.

Amerikaan hoeft geen zekerheid te stellen

Met dank aan dit verdrag uit 1956 hoefde de Amerikaanse eiser geen zekerheid te stellen voor de proceskosten en kon er worden doorgeprocedeerd. Als het gegaan zou zijn om een buitenlandse partij waarop geen uitzondering van toepassing was geweest, dan had hij zekerheid moeten stellen. Als de buitenlandse partij dat vervolgens niet kon of wilde, had dat tot zijn niet-ontvankelijkheid geleid. De procedure was daar dan geëindigd.

Hidde Reitsma

Hidde Reitsma

Hidde heeft een gevarieerde proces- en adviespraktijk en bezit een diepgaande kennis van het beslag- en executierecht. Het zwaartepunt van zijn praktijk ligt op het gebied van het ondernemingsrecht (waaronder zaken op het gebied van bestuurdersaansprakelijkheid en  bedrijfsovername), het insolventierecht, het contractenrecht en het vastgoedrecht. Volg Hidde op LinkedIn of Twitter.
Ravel Residence